Om een efficiëntieverbetering op landbouwbedrijven te realiseren, onderneemt Landbouw Centraal vijf acties.
Actie 1: Alle gebiedspartijen uitnodigen mee te doen
Naast de landbouw hebben ook recreatie, waterwinning en natuur belang bij het goed functioneren van de groene ruimte. Landbouw Centraal gaat proberen alle relevante gebiedspartijen actief te betrekken bij het verbeterproces.
Actie 2: Gebiedsanalyse en gebiedsplan maken
De start is een gebiedsanalyse. Deze moet duidelijk maken welke problemen waar spelen, en wat de oorzaken zijn. We vragen de partijen daarvoor relevante informatie beschikbaar te stellen. Een projectmedewerker schrijft deze vervolgens ‘bij elkaar’ en dit document bespreken we met de partijen. Dit leidt tot een gebiedsbeschrijving. Op basis hiervan formuleren de partijen samen een gebiedsplan. Het gebiedsplan beschrijft op hoofdlijnen hoe de gewenste waterkwaliteit zal worden gerealiseerd. Bovendien geeft elke partij aan hoe ze aan het verbeterproces zal bijdragen.
Actie 3: Efficiëntie landbouwbedrijf verbeteren
Een efficiëntieverbetering is de hoofdactiviteit van het project. We verwachten dat agrarische ondernemers door een beter gebruik van meststoffen, voer en bestrijdingsmiddelen en door extra aandacht voor de inrichting van erf en percelen, een groot deel van de waterkwaliteitsproblemen in de landbouwgebieden kunnen oplossen.
Uit projecten zoals Koeien & Kansen (melkveehouderij) en Telen met Toekomst (open teelten) blijkt dat veel ondernemers nog maatregelen kunnen nemen die niets kosten en vaak zelfs geld opleveren. Doelen zijn dan te halen door slimmer te werken. Dit is goed voor het milieu en de ondernemer (boer). Veel kennis over mogelijke maatregelen en hun effecten is dus reeds beschikbaar, maar wordt ogenschijnlijk niet/onvoldoende toegepast. Mogelijk omdat deze kennis niet breed bekend is of omdat goede begeleiding ontbreekt bij de toepassing.
Daarom biedt Landbouw Centraal aan 10-20 agrariërs in elk van de pilotgebieden de mogelijkheid hun bedrijf en hun bedrijfsvoering kosteloos te laten doorlichten door een deskundig, onafhankelijk bedrijfsadviseur. Met zo’n ‘second opinion’ kan de ondernemer vaak enkele duizenden euro’s per jaar besparen.
De bedrijfsdoorlichting bestaat uit drie gesprekken. Het eerste is een ‘keukentafelgesprek’ waarin de ondernemer en de adviseur de bedrijfsvoering doornemen en samen zoeken naar verbeterpunten. Het tweede gesprek richt zich op concrete verbeteringen die goed aansluiten bij de ondernemer en het bedrijf. Het derde gesprek is een monitoring en evaluatiegesprek. Daarin kijken de ondernemer en de adviseur terug op in praktijk gebrachte verbeteringen en kijken ze hoe de ondernemer zijn bedrijfsvoering nog verder kan optimaliseren.
In overleg met de projectmedewerkers bepalen de agrarische ondernemers als groep welke experimenten en demonstraties (bemestingstechnieken, soorten groenbemesters, etc.) voor het gebied het meeste perspectief bieden. Die demonstaties zorgen ondermeer voor een snelle doorstroming van ‘Wageningse’ kennis en innovaties. De ondernemers en vertegenwoordigers van andere partijen in een pilotgebied gaan daarvoor ook naar andere pilots om ervaringen uit te wisselen en demonstraties te bezoeken.
Actie 4: Stimuleren uitvoering overige onderdelen gebiedsplan
Naar verwachting kunnen veel, maar niet alle problemen door bedrijfsoptimalisatie worden opgelost. Daarom gaat Landbouw Centraal aanvullend kijken naar de mogelijkheden voor vrijwillige landruil en andere groene en blauwe diensten door landbouwbedrijven. De ervaring leert dat het vergoeden van ondernemers voor deze diensten vaak de goedkoopste weg is om de gewenste waterkwaliteit te realiseren. Landbouw Centraal beperkt zich echter tot het stimuleren van deze ontwikkeling.
Actie 5: Afspreken voor vervolg
Het is niet nodig en wellicht zelfs onmogelijk dat alle gebiedsproblemen na de projectperiode zijn opgelost. Wel moet er een realistisch verbeterplan liggen en moeten de partijen vastleggen hoe ze daar ook na 2011 invulling aan geven.